Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Preek van de week

Witte Donderdag, Pater Fons

De boodschap van de voetwassing begint niet pas bij het Laatste Avondmaal. Zij ligt besloten in heel het leven van Jezus.

Toen Hij bij een gastmaal zag hoe de genodigden tactloos en onbeschaamd ruzieden om de eerste plaats, zei Hij tegen zijn apostelen: zo moeten jullie niet doen, ga maar rustig op de laatste plaats zitten.

De Heer ziet in deze strijd om de eerste plaats een beeld van de wereldgeschiedenis, waar mensen steeds weer strijd voeren, zelfs oorlogen om te hebben en te krijgen, waar mensen macht uitoefenen door anderen te onderdrukken. Tot op de dag van vandaag.

Zo moet het onder jullie niet zijn!

Jezus heeft heel bewust de laatste plaats gekozen. Hij is geboren in een stal. Hij heeft geleefd als een arbeider onder de mensen als de ‘zoon van de timmerman’ zonder naam, verloren in de massa. Hij is vrijwillige marginaal geworden door met zondaars en tollenaars maaltijd te houden. Hij is gestorven buiten de stad, tussen twee boosdoeners. 

Door de zonden van de wereld op zich te nemen, heeft Hij laten zien dat God solidair is met ons in lijden en dood. Onze God is een dienende God.

Dit heeft Jezus heel uitdrukkelijk willen aantonen bij het Laatste Avondmaal. 

De evangelisten vertellen wel heel bewust, hoe de leerlingen vochten om de eerste plaats; zij voerden het drama van de wereld nog eens in het klein op onder elkaar. 

Hier tegenover stellen de evangelisten de houding van Jezus. 

Hij kiest tijdens het avondmaal zijn eigen plaats. Hij kiest bewust niet de eerste plaats, waar de spijzen het eerst aankomen en waar je het gemakkelijkste zit. Hij neemt zelfs niet plaats midden in de kring. Hij stelt zich bewust buiten de kring om allen te kunnen dienen. Hij werd de minste van de zijnen.

In deze voetwassing drukt Jezus zijn innerlijke houding uit. Zijn wezen is deemoed. 

Jezus legt zijn bovenkleed af – zijn gelijkheid met God – en bekleedt zich met het ruwe linnen van de menselijke natuur. Zo knielt Hij voor de voeten van hen die Hem zouden verlaten en verraden. Hij wast het vuil en het zweet van hun voeten af. 

Hij heeft hen door zijn eigen bloed gereinigd van hun hoogmoed en zelfzucht, om hen klaar te maken voor de maaltijd van de liefde: ‘Ik heb jullie een voorbeeld gegeven, opdat jullie zouden doen wat Ik jullie heb voorgedaan’.

Deze zin bevat de kern van de navolging; het is de toegang tot de gemeenschap met Christus.

‘Ik heb jullie een voorbeeld gegeven’. Laat dit beeld van Jezus, die knielend de voeten wast, maar eens diep op ons inwerken, want een grotere liefde bestaat er niet! 

Deze liefde is deemoed; zij vindt de moed om te dienen, zonder daardoor iets te willen verdienen. 

Deze voetwassing is een beeld van de eucharistie die wij nu samen gaan vieren. 

Wij vieren met brood en wijn dit knecht-zijn van Jezus ten dode toe. 

Hij heeft zichzelf gegeven aan de mensen, opdat wij zouden doen wat Hij ons heeft voorgedaan.

Als de priester het Lichaam van Christus uitreikt, dan zegt hij: ‘Lichaam van Christus’. 

Zo gebeurt dit reeds sinds de eerste tijden. 

Als wij dan ‘Amen’ antwoorden, wil dit volgens de traditie niet zeggen: Ja Heer, ik geloof. Dat was voor de eerste christenen zo vanzelfsprekend dat zij daaraan niet dachten. 

Zij wilden met hun ‘Amen’ de bereidheid te kennen geven om zelf op hun beurt lichaam van Christus te worden in deze wereld. 

Bij het ontvangen van dit hemels brood wisten zij dat zij opgeroepen werden om zelf een gegeven, een dienend mens te worden.

Dat voorbeeld heeft Christus ons immers in de eucharistie gegeven, opdat wij zouden doen, wat Hij ons heeft voorgedaan.

Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.