Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Preek van de week

Zondag 3 juli, Pater Jim

In de voorbije maanden heeft de Kerk zich beziggehouden met de synode, door paus Franciscus in het leven geroepen. Allen die zich bij de Kerk betrokken voelen, waren uitgenodigd met elkaar in gesprek te gaan over de Kerk in onze tijd. Ook in onze geloofsgemeenschap is dat aan de orde geweest. Dit enorme project zegt iets over de paus: hij wil de Kerk niet van hogerhand en van binnenuit besturen, maar hij wil daar veel mensen bij betrekken.

Wellicht heeft de paus zich daarbij laten inspireren door het Evangelie van vandaag. Dat líjkt te gaan over de uitzending van leerlingen die door Jezus zijn gekozen. Er staat immers: “De Heer wees 72 leerlingen aan.” Dat is een uitverkoren groepje, zou je kunnen denken. Zíj zijn degenen die door Jezus worden uitgezonden om in zijn de naam de blijde boodschap te verkondigen. Zeker, maar hier speelt nog iets anders.

Voordat ze vertrekken, krijgen die leerlingen een opdracht. Jezus spreekt daar de bekende woorden: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig.” En Hij voegt daar aan toe: “Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.” Is dat niet een beetje vreemd? Jezus heeft net uit de vele leerlingen die Hem omringen 72 uitgekozen om als arbeiders te gaan oogsten, en dan geeft Hij ze deze opdracht…

Daar zitten twee kanten aan. Ten eerste gaat dit over gebed. Deze leerlingen mogen dan door Jezus zijn opgeleid om het Evangelie te verkondigen, voordat ze op pad gaan, wordt ze gevraagd om te bidden tot de Heer van de oogst. In onze vertaling staat daar: “Vráágt de Heer…”. Dat klinkt heel rustig en bescheiden. Maar een andere vertaling zou hier beter zijn: “Bidt de Heer…”, of zelfs: “Sméék de Heer.” Dat drukt beter de urgentie uit die deze kwestie voor Jezus heeft. 

Die urgentie wordt nog duidelijker als we kijken naar een ander evangelie waarin dezelfde uitspraak van Jezus voorkomt, maar in een heel andere context. Het gaat om Matteüs. Matteüs schrijft dat Jezus langs steden en dorpen trekt. Dan staat er: “Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen.” Matteüs gebruikt hier voor “vragen” hetzelfde werkwoord als Lucas, dat dus ook kan zijn: bidt, sméék de Heer… 

Dat is de ene kant: de noodzaak van vurig gebed. Daarnaast gaat het over de vraag wie er nodig zijn voor de oogst, wie daar geschikt voor zijn. Bij het lezen van deze Bijbelverhalen denken we al gauw in termen van wél geroepen en níet geroepen. We kennen de verhalen over de roeping van Petrus en Johannes, over Matteüs die uit zijn tolhuisje wordt weggeplukt, over Paulus die op weg naar Damascus wordt bekeerd en geroepen. Ook in het evangelie van vandaag lijkt het accent te liggen op degenen die door Jezus zijn aangewezen, zeg maar: de uitverkorenen, zíjn leerlingen. 

Natuurlijk zijn er roepingen nodig voor het priesterschap, het diaconaat en het religieuze leven. Maar in de gebedsopdracht van Jezus gaat het niet over kerkelijke functies. Jezus heeft het simpelweg over de nood aan mensen van goede wil. Jezus wil dat zijn 72 leerlingen bidden, ja, smeken om meer arbeiders, omdat de nood zo hoog is. 

Die nood is er ook in onze tijd, op allerlei vlak: denk aan Oekraïne en de vluchtelingen, aan de hongersnood in diverse landen, aan klimaatslachtoffers. Maar ook dichterbij, als het gaat om de nieuwe armoede bij mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen, om onzekerheid over de toekomst van je bedrijf, om ziekte en eenzaamheid, om het overlijden van dierbaren. 

Jezus werd door medelijden bewogen. Dat is waar het evangelie ons ook toe uitnodigt: medelijden, ontferming, en, waar mogelijk, een helpende hand die het lijden van de ander verlicht. Daarom is er die opdracht: “Smeek de Heer om arbeiders te sturen.” Misschien is het antwoord dat wij zélf een van die arbeiders mogen zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.