Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Van de schoonheid en de troost (1696)

Door Peter Nissen.

De evangelielezing van deze zondag, de zestiende door het jaar (en de vijfde van de zomer), Lucas 10,38-42, is weer ‘Sondergut’ van de evangelist Lucas. Het is het bekende verhaal over de twee zussen, Maria en Martha, de ene bedrijvig bezig, de ander aan de voeten van Jezus zittend. Geen enkele andere evangelist vertelt dit verhaal. Johannes spreekt ook over de twee zussen, veel uitgebreider zelfs, maar dan in verband met de opwekking van hun broer Lazarus (Johannes 11,1-12,11). Johannes, die graag over de liefde spreekt (wie niet?), zegt er ook bij dat Jezus veel hield van Martha, haar zus Maria en van Lazarus (Johannes 11,5). En ook bij Johannes is Martha druk bezig; zij bedient de gasten bij een maaltijd, terwijl Maria de voeten van Jezus balsemt en met haar haren afdroogt, een uitermate intiem gebaar (Johannes 12,2-3).
Maar Johannes verbindt geen boodschap aan het verschil in handelen tussen Maria en Martha. Lucas doet dat wel. Eeuwenlang, en nog steeds in menige prekenbundel of vrome beschouwing, is Martha als beeld gezien van het actieve leven en Maria als dat van het beschouwende, net contemplatieve leven. En dat laatste werd dan hoger ingeschat dan het eerste, want, zo werd vertaald, Maria had ‘het beste deel’ verkozen. Dat leidde ertoe dat in de katholieke traditie het contemplatieve kloosterleven van monniken en monialen veelal hoger werd ingeschat dan het actieve religieuze leven van vrouwen en mannen die zich bijvoorbeeld inzetten voor verpleging, onderwijs, gezondheidszorg, opvoeding en maatschappelijk werk.
De middeleeuwse dominicaanse mysticus Meister Eckhart heeft rond 1300 aandachtiger naar de tekst van het evangelie gekeken. Van hem is een preek bewaard over de evangelielezing van vandaag en die werpt een ander licht op het verhaal over Maria en Martha. Inderdaad, Martha is druk bezig (zoals bij Johannes) met zorg voor de gasten die in huis zijn. Sterker nog: de Griekse tekst zegt dat zij door ‘veel diaconie’ (περὶ πολλὴν διακονίαν, ‘veel dienstwerk’ vertaalt de Naardense Bijbel terecht) in beslag wordt genomen. Zij klaagt bij Jezus: ‘kan het U niet schelen dat mijn zus mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ Jezus wijst haar dan terecht: jij maakt je druk over zoveel dingen, maar er is maar één ding noodzakelijk. ‘Maria heeft het juiste gekozen, en dat zal haar niet ontnomen worden.’ 
Maar Jezus heeft niet bedoeld, aldus Eckhart, dat de luisterende houding van Maria beter is dan het actieve handelen van haar zus. Nee, hij bedoelde dat die luisterende houding van Maria voor haar op dát moment het beste, beter nog het goede of juiste (ἀγαθὴν) deel was. Want, zo zegt Eckhart, Maria is nog aan het leren. Daarmee doorzag Eckhart rond 1300 al wat ook Bijbelwetenschappers recent hebben erkend: de houding van Maria is niet die van de contemplatie, de beschouwing of de meditatie, maar het is die van de studie, van het leren. Aan iemands voeten zitten en naar hem of haar luisteren: dat is de houding van de leerling.
Maria is nog aan het leren. En wat is zij volgens Eckhart aan het leren? Zij leert te leven. En dat leven wordt door Martha met haar actieve, zorgende gedrag al gepraktiseerd. Leren leven is, aldus Eckhart, pas voltooid wanneer het geleerde in het actieve werken wordt omgezet, dus wanneer het geleerde geleefd gaat worden. Het geleerde moet in de praktijk gebracht gaan worden. Die van de zorg voor elkaar, de wederzijdse dienstbaarheid.
Er is dus geen sprake van beter of slechter als het gaat om de twee zussen. Beiden doen wat op dat moment bij hen past. Voor Maria is  dat leren, voor Martha is dat handelen door het geleerde in praktijk te brengen. Ook Maria zal ooit als Martha worden, aldus Eckhart: het innerlijk geleerde wordt in alledaagse daden werkelijkheid. Hoera voor de twee zussen!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *