Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Zondag 27 juli, Werelddag van Grootouders en Ouderen

Door Pater Fons.

Op de laatste zondag van juli geven we aandacht aan de grootouders. Dit dus wegens het  feest van Joachim en Anna, de grootouders van Jezus, dat we vieren op 26 juli. (gisteren)

Paus Franciscus heeft al eerder de derde zondag door het jaar gewijd aan het ‘Woord van God’. Op de voorlaatste zondag van het kerkelijk jaar vestigt hij onze aandacht op de armen. Nu voegde hij in 2021 er de zondag aan toe van de grootouders. Dit is hem ingegeven door wat ouderen hebben meegemaakt tijdens de coronapandemie, waarin een aantal in eenzaamheid zijn gestorven. 

Zij waren bij de kwetsbare groepen en misten het contact met hun kinderen en kleinkinderen.

Al vaak heeft de  vorige paus heel waarderend gesproken over oudere personen en hun betekenis voor hun familie, kinderen en kleinkinderen. 

Doordat we ouder worden neemt het aantal grootouders en overgrootouders toe. Zij kunnen doorgeven wat hen heeft bezield en gedreven.

Onze families, zoals we weten, zijn “huiskerken”, plaatsen waar we God ontmoeten en zijn wegen leren. Het is daar waar we het bidden hebben geleerd.

En zoals we ook weten, zijn onze grootouders en ouderen onze leraren en gidsen in de wegen van God, zij zijn bronnen van wijsheid en genade, en getuigen van liefde. 

Zoals u allemaal wel herkent – men stopt nooit met moeder of vader zijn. Je bidt en offert altijd voor je kinderen, en bidt en offert voor de kinderen van je kinderen – en zelfs voor de kinderen van je kleinkinderen!

Dit zijn de mooie banden van het christelijke gezinsleven, de banden van liefde en wijsheid en getuigenis.

En Paus Franciscus vertelt ons, en ik citeer: “Er is geen pensioenleeftijd voor het werk van het verkondigen van het Evangelie en het doorgeven van tradities aan je kleinkinderen.”

Dus ik denk dat het een mooie initiatief en beslissing van Paus Franciscus was om elk jaar deze dag van gebed voor onze grootouders en ouderen te hebben. 

Dan, als we naar het Evangelie kijken, horen we vandaag het mooie verhaal over Jezus die zijn leerlingen leert bidden.

Evangelist Lucas verwijst een aantal keren op de plaats van het gebed in het leven van Jezus. 

De aandacht voor het gebed blijft bij Jezus levendig wanneer hij optrekt naar Jeruzalem. En dit raakt zijn leerlingen. Het wekt bij hen het verlangen naar gebed. Lucas vertelt: we hoorden vandaag: “Eens was Jezus aan het bidden en toen hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen hem; Heer, leer ons bidden zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft” 

Het kostte Jezus geen moeite om daarop een antwoord te geven. 

Wie heeft ons zin gegeven in het bidden? 

Onze ouders, een leerkracht, een religieuze? Hebben we het op onze beurt aan anderen kunnen doorgeven? Soms waren het wel de grootouders die daar voor zorgden. 

Een voorbeeld:

In zijn uitgebreide autobiografie “Young Years” herinnert de Amerikaans-Franse schrijver Julien Green zich zijn eerste religieuze impuls op vijfjarige leeftijd.

Elke avond, nadat hij naar bed was gegaan, kwam zijn moeder met hem mee om het nachtgebed te bidden. “We knielden neer, ik in mijn bed, zij op de grond, zo dicht bij me dat onze gezichten elkaar raakten. Ik sloeg mijn armen om haar nek en herhaalde alle woorden van het Onzevader na… Ze reciteerde vijf of zes woorden en pauzeerde toen, wachtend om verder te gaan tot ik ze precies had herhaald. Met mijn hoofd op haar schouder gaf het me veel plezier om deze woorden te herhalen, waarvan de betekenis voor mij onduidelijk was, maar waarvan de zoetheid doordrong tot de diepste diepten van haar ziel.” Toen hij zo zijn armen om de nek van zijn moeder had geslagen en met haar had gebeden, voelde hij dat niets ter wereld hem nog bang kon maken of hem kwaad kon doen.

Jezus geeft aan zijn leerlingen een uitvoerig antwoord op de vraag naar het gebed. Hij laat horen dat we met al onze zorgen naar God mogen gaan, dat we mogen aandringen. Mooi voorbeeld is de eerste lezing van vandaag. Abraham die blijft vragen. Het gebed van de rechtvaardige wordt verhoord.

Jezus zegt dat God weet al wat we nodig hebben. Hij vindt het vooral noodzakelijk dat we bidden om de gave van de heilige Geest. 

Jezus vertrouwt erop dat onze Vader in de hemel de heilige Geest zal geven om wie Hem erom vragen. Dit is een reden om regelmatig te bidden voor de komst van de heilige Geest. Kom, heilige Geest. Die ons kracht moet geven in onze noden, om onze lasten een ziekte, handicap een verlies te dragen.

Jezus reikt in zijn antwoord op de vraag naar het gebed een kort gebed aan met slechts enkele beden, gericht tot God die wij Vader mogen noemen. Het Onze Vader.

Laten ook wij niet ophouden met bidden. En laten we niet vergeten dat de Heer onze God altijd naar ons zal luisteren. Zoals ouders en grootouders naar hun kinderen en kleinkinderen blijven luisteren, ook als ze nog zo klein zijn dat ze meer ratelen dan spreken. En toch worden ze vol liefde beluisterd. Zo zal God altijd vol liefde naar onze beden luisteren.

Paus Leo XIV schreef in de Boodschap voor deze Vijfde Werelddag voor Grootouders en Ouderen: Het Boek Jezus Sirach noemt gezegend degenen die de hoop niet hebben verloren (vgl. 14:2). Misschien, vooral als ons leven lang is, zijn we geneigd om niet naar de toekomst te kijken maar naar het verleden. Toch, zoals Paus Franciscus schreef tijdens zijn laatste ziekenhuisopname, “onze lichamen zijn zwak, maar toch kan niets ons ervan weerhouden om lief te hebben, te bidden, onszelf te geven, er voor elkaar te zijn, in geloof, als stralende tekenen van hoop”. We bezitten een vrijheid die geen enkele moeilijkheid ons kan ontnemen: het is de vrijheid om lief te hebben en te bidden. Iedereen, altijd, kan liefhebben en bidden.

We worden uitgenodigd om deze Vijfde Werelddag voor Grootouders en Ouderen te vieren met een verlangen om opnieuw te beginnen vanuit de hoop die ons allen verlicht. Voor het leven van de ouderen om echt gewaardeerd te worden in al zijn waarde, is het belangrijk dat niemand alleen wordt gelaten. Onze ouderen moeten worden beschouwd als de kostbare schat die generaties met elkaar verbindt en ons laat zien hoe God de Heer is van de opvolging van elke leeftijd en elk tijdperk.

Paus Leo herinnert ons aan de scherpe uitspraak van St. Augustinus: Laten we goed leven, en de tijden zijn goed. Wij zijn de tijden; zoals wij zijn, zo zullen de tijden zijn! 

Als we de levende leer van geloof en liefde van onze ouderen kunnen koesteren, zullen de tijden die voor ons liggen zeker betere tijden zijn!

Amen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *