Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Van de schoonheid en de troost (1712)

Door Peter Nissen.

Vandaag, op 6 augustus, wordt het feest gevierd van de gedaanteverandering van Jezus, ofwel de transfiguratie. Het is al een oud liturgisch feest, in het Oosten was het zeker sinds 700 een algemeen feest en in het Latijnse westen sinds de 8ste-10de eeuw. Het wordt ook op de kalenders van orthodoxe, oriëntaalse, oud-katholieke en anglicaanse en ook een aantal lutherse  kerken op 6 augustus gevierd. De Armenen vieren het op de veertiende zondag na Pasen.  De gebeurtenis wordt door drie van de vier evangelisten verhaald en wordt ook elk jaar op de tweede zondag van de veertigdagentijd in de liturgie herdacht. Op  het feest van vandaag wordt de versie uit het evangelie volgens Lucas gelezen. Het evangelie volgens Lucas is een reisverhaal dat ons, samen met Jezus, op allerlei plekken brengt, vandaag gaan we de berg op. De evangelielezing is die van Lucas 9,28-36.
Het Lucasevangelie is ook wel eens het biddende evangelie genoemd: in geen van de vier evangelies trekt Jezus zich zo vaak terug om te bidden als in dat volgens Lucas. Meestal doet hij dat alleen, vandaag samen met Petrus, Johannes en Jakobus. Zij gaan samen de berg op om te bidden. Het Nieuwe Testament zegt nergens, ook niet in de andere evangelies, om welke berg het gaat. De traditie, te beginnen met Origenes (misschien wel de meest originele en diepzinnige theoloog van het vroege christendom), heeft de gebeurtenis gesitueerd op de berg Tabor, een berg in het zuiden van Galilea, aan de rand van de vlakte van Jizreël. De inwijding van een kerk daar in de vijfde eeuw op een zesde augustus ter ere van de Transfigurafie is mogelijk de oorsprong van de datum van het feest. De naam van de berg betekent zoveel als ‘navel (van de wereld)’. Maar andere vroegchristelijke schrijvers noemen andere bergen als locatie van de gebeurtenis, Eusebius van Caesarea bijvoorbeeld de berg Hermon.
Tijdens het bidden op de berg gebeurt er iets: de aanblik van Jezus’ gezicht verandert en zijn kleren worden stralend wit. Dat laatste kwam niet door Omo of Witte Reus. Wat er mee wordt uitgedrukt, is dat er zich iets bijzonders voordeed op de berg. Bergen waren in de Hebreeuwse Bijbel plekken waar hemel en aarde elkaar raken, plekken dus waar je dichter bij God bent. Dat precies gebeurt ook in dit verhaal: hemel en aarde raken elkaar en God is rakelings nabij. Dat wordt uitgedrukt in het beeld van de gedaanteverandering of transfiguratie van Jezus. De leerlingen zijn natuurlijk in slaap gevallen, net als later in de Hof van Gethsemane (sufkoppen, die eerste apostelen!), maar als ze wakker worden, zien ze Jezus in gesprek met Mozes en Elia. Petrus, die bij Lucas altijd graag de baas speelt, stelt voor om drie tenten te bouwen voor Jezus, Mozes en Elia. Anders gezegd: hij wil de bijzondere ervaring, die ervaring van rakelingse nabijheid, vasthouden. Maar zo werkt het niet. Precies op het hoogtepunt van de ervaring van nabijheid, als er een stem uit de wolk spreekt, is het ook weer afgelopen en is Jezus weer alleen.
Het verhaal lijkt op wat aan het eind van het Lucasevangelie gebeurt, in het verhaal van de Emmaüsgangers: als ze Jezus eindelijk herkennen als wie Hij is, wordt Hij weer onttrokken aan hun blik. Ervaringen van bijzondere nabijheid – laten we ze maar gerust mystieke ervaringen noemen – laten zich niet vasthouden. Het zijn ervaringen van ‘zien, soms even’, om een bekende boektitel van Huub Oosterhuis te citeren. Ze doen zich plotseling en onvoorspelbaar voor. Ze laten zich niet plannen en organiseren. Ze onttrekken zich aan elke maakbaarheid. 
Maar ze helpen ons wel om verder te trekken, ook als het na het licht weer duister wordt. Daarom worden mystici na een ervaring van goddelijke nabijheid altijd weer met beide benen op de grond gezet, hoe graag ze hun bijzondere ervaring ook willen vasthouden. De theologe Dorothee Sölle (1929-2003) vergeleek de ervaring van de mysticus met die van een barende vrouw: zij wil bij de eerste weeën het kind graag bij zich houden, in haar schoot, maar toch moet het eruit, de wereld in. Daarom is het belangrijkste vers over de bijzondere ervaring op de berg eigenlijk het vers dat erop volgt (en dat vandaag niet gelezen wordt): Jezus en zijn drie gezellen dalen de volgende dag de berg weer af. De wereld in, want daar horen wij thuis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *