Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Zondag 7 september, 23e zondag door het jaar

Door Pater Jim.

Die eerste zin in het evangelie van vandaag is een opgewekte binnenkomer. “In die tijd trokken talloze mensen met Jezus mee.” Het is een zin vol optimisme, vervuld van succes en voorspoed. Jezus kwam om het evangelie te verkondigen, om mensen te mobiliseren voor de goede zaak, en zie hier: “Talloze mensen trekken met Hem mee.”

Bij dit moment van aards succes kunnen we even terugdenken aan het begin van het evangelie. Toen werd Jezus na zijn doop in de Jordaan door de Geest naar de woestijn geleid, en op de proef gesteld door de duivel. Zoals daar staat: “De duivel toonde Hem alle koninkrijken der wereld, en sprak tot Hem: ‘Dat alles zal ik U geven, als U in aanbidding voor mij neervalt.’”

Dat gaat over macht. Mensen zijn er gevoelig voor, en dat weet deze duivel. Adam en Eva bezweken voor de verleiding van de macht. Koning David liet iemand doden om zijn macht in stand te houden. Door de eeuwen heen hebben zij vele navolgers gehad, en ook in onze tijd zien we hoe aantrekkelijk het voor menigeen is om macht te hebben en uit te oefenen. 

We weten ook dat macht kan corrumperen. Dat sommige mensen met een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid én veel macht overgaan tot liegen en bedriegen, tot manipulatie en intimidatie, tot zondebokkerij, tot de oneigenlijke inzet van machtsmiddelen tegen kwetsbare bevolkingsgroepen. Macht, succes, applaus van de hofhouding – het doet wat met je.

Destijds in de woestijn ging Jezus niet in op het aanbod van de duivel. En ook in het evangelie van vandaag laat Hij zich niet paaien door het snelle succes. Na die eerste woorden in de evangelielezing over de talloze mensen die Hem volgen, staat er: “Jezus keerde zich om.” Op zich is dat een simpele beschrijving van zijn handeling. Maar het heeft ook een andere betekenis. Jezus gaat niet zomaar voort op de brede weg, maar Hij stelt zijn succes ter discussie, en werpt een drempel op. Hij zegt tegen de menigte: “Als iemand zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, dan kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand zijn kruis niet draagt, kan hij mijn leerling niet zijn.” Wat bedoelt Jezus hiermee?

Deze evangelie-episode staat niet op zichzelf, maar is een vervolg op de lezingen van de afgelopen zondagen. Twee weken geleden zei Jezus dat we alleen door de smalle poort de hemel kunnen binnengaan. Afgelopen zondag gaf Hij ons de sleutel tot die poort; dat was: nederigheid. Hij zei: “Wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.” Vandaag zegt Jezus wat die sleutel kost: “Niemand van u kan mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.”

Bezit. Staat daar dat we al onze bezittingen moeten wegdoen, dat we alles moeten achterlaten op de rommelmarkt? Nee, dat staat er niet. Jezus spreekt over “losmaken”. Hij spreekt over ongebondenheid, over het niet vastzitten aan je aardse bezit. Daarover ging het ook in eerste lezing: “Onze aardse gebondenheid belemmert de beweeglijke geest.” En een beweeglijke geest hebben we nodig om de uitdagingen van deze tijd aan te gaan. 

Aardse gebondenheid kan veel gezichten hebben. De apostel Paulus is daar op zijn manier mee omgegaan. Hij behoorde tot de religieuze leiders, hij had veel macht en aanzien, en beide misbruikte hij om zijn obsessie uit te leven: de vervolging van christenen. Totdat hij op weg naar Damascus door Jezus op ruwe wijze uit zijn machtsbubbel werd bevrijd. In dienst van Christus droeg hij zijn kruis. Zojuist hoorden we in de tweede lezing dat Paulus gevangen zit. In zijn gebondenheid is hij vrij voor Christus.

In de eerste lezing staat: “Wij begrijpen amper de dingen van deze wereld; hoe zouden we dan het hemelse verstaan? God, wie zou uw wil kunnen kennen als Gij uw heilige Geest niet van boven zendt?” Om de wijsheid van boven te kunnen ontvangen, is het belangrijk dat we luisteren. En luisteren gaat beter als we niet te veel in beslag worden genomen door onze aardse gedoetjes, als we erin slagen om af en toe de alledaagse ruis te onderdrukken zodat het van binnen stil kan worden. 

Paus Johannes Paulus I bad tijdens een algemene audiëntie: “Heer, neem mij zoals ik ben, met mijn gebreken, met mijn tekortkomingen. Maak mij tot wat u wilt dat ik ben.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *