Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Zondag 30 november, 1e zondag van de Advent

Door Pater Jim.

Advent is een periode van vooruit kijken, en dat gebeurt ook in de lezingen van vandaag. Jesaja spreekt over “de laatste dagen”. Paulus zegt dat “de dag nabij is”. En Jezus verwijst naar de eindtijd, en naar de tweede komst van de Mensenzoon. Het lijkt allemaal nog ver weg, en toch gaat het ook over onze wereld, over het hier en nu. 

De profeet Jesaja heeft een visioen: hij ziet een wereld waarin de landen niet meer vechten, en waarin zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen. Dat beeld staat ver van de werkelijkheid om ons heen. Er zijn oorlogen, op veel plaatsen. Het is zelfs weer lonend om te beleggen in de zwaarden van onze tijd, in de wapenindustrie. Want die kent een enorme groei in een wereld van toenemend wederzijds wantrouwen. 

In het evangelie van deze zondag klinken woorden over de toekomst, die nogal hard kunnen overkomen. Twee mensen zijn op het veld, zo staat er; “de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten.” Zoiets kan de indruk geven dat God willekeurig kiest wie wel en wie niet wordt gered. Bovendien verwijst Jezus daar naar de ark van Noach: bij de zondvloed kwam bijna iedereen om het leven.

Misschien helpt het als we ditzelfde verhaal bekijken in de versie van een andere evangelist. Ook daar verwijst Jezus naar Noach, maar dan volgt nóg een verwijzing: naar de vrouw van Lot. Lot en zijn vrouw ontsnapten aan de vernietiging van Sodom en Gomorra. Ze waren gewaarschuwd dat ze tijdens de vlucht niet mochten omkijken. De vrouw van Lot deed dat toch, en veranderde in een zoutpilaar. Ze was te veel gehecht aan haar bezittingen, aan dat wat voorbij was. Jezus zegt: wie zich op de jongste dag op het dak van zijn huis bevindt, moet niet naar beneden gaan om zijn bezittingen op te halen. 

Als we met die blik kijken naar die lastige passage in het evangelie van vandaag, dan kan dat iets anders betekenen dan je op het eerste gezicht denkt. 

Je zou de vraag kunnen stellen: als God ons zou willen meenemen, zijn we dan ook bereid om mee te gaan? Kunnen we het vertrouwde loslaten als God dat vraagt? Of zijn we meer zoals de vrouw van Lot: toch te veel gehecht aan het oude. Misschien omdat je bang bent voor het onbekende.

Stel je voor dat Jezus zo had gedacht toen Hij nog boven bij de Vader was. Dat Hij het verzoek om mens te worden naast zich neer had gelegd. Het zou Hem een hoop ongemak en leed hebben bespaard: de vlucht naar Egypte, de beproevingen in de woestijn, de voortdurende dreigementen, en natuurlijk het lijden en sterven op Golgota. Maar Jezus is tóch gekomen, en dat vieren we over enkele weken, met Kerstmis.

In de Advent mogen we ons op dat feest voorbereiden. Dat is mooi, maar ‘voorbereiden’ kan ook iets worden van ‘stil maar, wacht maar’. Dat is nooit de bedoeling geweest van het evangelie. Jezus roept voortdurend op tot bekering. Bekeren zou je kunnen uitleggen als: in beweging komen, loslaten, waakzaam zijn ten aanzien van de tekenen des tijds, in actie komen waar nodig. 

Die zwaarden van Jesaja veranderen niet uit zichzelf in ploegscharen. Dat moet gebeuren door mensen. Het is aan ons om tekortkomingen onder ogen te zien – in ons eigen leven, in onze onderlinge relaties, in de samenleving. Kiezen we voor een almaar voortdurende Black Friday, of toch voor Witte Donderdag? Met andere woorden: kiezen we voor een ongebreidelde consumptie, of voor het delen van het brood? 

In de tweede lezing zegt de apostel Paulus: “De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.” En hij voegt er aan toe: “Laten wij ons bekleden met de wapens van het licht.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *