Door Peter Nissen.
Op deze tweede zondag van de advent voert de eerste lezing, die zoals alle zondagen in de advent uit het profetenboek Jesaja afkomstig is, ons verder op het pad naar de vrede, in afwachting van de komst van de Vredevorst. Geen vrede zonder gerechtigheid, zo luidt vandaag de boodschap: ‘gerechtigheid draagt Hij als een gordel om zijn lendenen, en trouw als een gordel om zijn heup’ (Jesaja 11,5).
De evangelielezing, Matteüs 3,1-12, sluit daarop aan, met een citaat uit datzelfde profetenboek (Jesaja 40,3): ‘Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht.’ Die woorden klinken uit de mond van Johannes de Doper, zonder twijfel een van de wonderlijkste figuren uit het Nieuwe Testament. Hij verkondigt de nabijheid van het koninkrijk der hemelen. ‘Μετανοεῖτε, ἤγγικεν γὰρ ἡ βασιλεία τῶν οὐρανῶν.’ ‘Keer je om, want dichtbij gekomen is het koninkrijk van de hemelen.’ ‘Kom tot inkeer’, vertaalt de NBV21, en de Naardense Bijbel vertaalt heel klassiek: ‘bekeert u!’ Maar het voorvoegsel ‘Μετα’ duidt wel echt op een ommekeer, op een gedragsverandering: ga anders leven. ‘Dit is het moment om je leven te veranderen. Want Gods nieuwe wereld is dichtbij,’ zo vertaalt de Bijbel in Gewone Taal, en dat vind ik zo gek nog niet.
‘Koninkrijk van de hemelen’ is alleen bij Matteüs te vinden, de andere evangelisten spreken van ‘koninkrijk van God’. De termen zijn uitwisselbaar, want ‘hemel’ is ‘daar waar God is’. Matteüs sluit aan bij het taalgebruik in het jodendom van zijn tijd. De schrijver van het evangelie met zijn naam schreef zijn boek namelijk voor christenen die uit het jodendom afkomstig waren, die vertrouwd waren met joodse regels, gebruiken en tradities, en ook met de joodse beeldwereld. Tot die beeldwereld behoorden in die tijd apocalyptische beelden over de tijd waarin de Gezalfde, de Messias, zou komen. In die tijd zal het erop aan komen: je moet kiezen, aan wiens kant sta je? Er kan niet meer getreuzeld worden. Er is geen uitstel mogelijk. Er is geen bedenktijd meer. Het is het uur u, het uur van de waarheid.
In die geest (s)preekt Johannes de Doper bij Matteüs. In niet malse taal: ‘Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld dat u de komende toorn kunt ontlopen.’ De term ‘addergebroed’ komt in de Hebreeuwse Bijbel niet voor, maar wel in teksten uit de gemeenschap van Essenen in Qumran. Van pas geboren adders werd gedacht dat zij zich voeden door de maag van hun moeder leeg te eten en haar zo te doden. Niet netjes dus. Wees gerust, ik zou niemand in een preek zo aanspreken, en ik hoop dat mijn collega’s dat ook niet zullen doen, ook niet in de Bible Belt. ‘De bijl ligt al aan de wortel van de bomen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid.’ Het zijn verzen die bij Marcus nog ontbreken in het verhaal over Johannes de Doper, maar die Matteüs en Lucas toevoegen (en die dus mogelijk uit hun gemeenschappelijke bron Q komen). Doordat Johannes de Doper bij Matteüs de verwensing ‘addergebroed’, anders dan bij Lucas, specifiek richt tegen de farizeeën en sadduceeën die op hem afkwamen (Matteüs 3,7), wordt duidelijk dat de schrijver van dat evangelie voor joodse christenen hier eigenlijk een binnen-joodse polemiek voert tegen de stromingen die in Jezus niet de Gezalfde hebben herkend. En dat doet hij niet zachtzinnig.
Gelukkig komt er na Johannes de Doper nog Jezus. Het zachtmoedige lam is in aantocht. Nog een paar weekjes wachten.
[Johannes de Doper, het zonnetje in Gods huis, in de ‘wildernis’. Het lammetje zit al naast hem, maar hij wordt er nog niet vrolijk van. Paneel van rond 1485, toegeschreven aan Geertgen tot Sint Jans en te zien in de Gemäldegalerie in Berlijn.]