Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Zondag 5 april, Pasen

Door Pater Jim

Het was nacht. En: het was nog donker. Twee korte zinnen uit het Johannes-evangelie. De eerste zin hoorden we op donderdagavond. Toen waren Jezus en de leerlingen in de Bovenzaal, Dat was de instelling van de eucharistie, en Judas was daar bij. Jezus had ook hém de voeten gewassen en een stuk brood aangereikt. Daarna was Judas vertrokken, om Jezus te verraden. En het evangelie zegt over dat moment: het was nacht. Vandaag horen we dat Maria Magdalena op zondagochtend bij het graf komt om het lichaam van Jezus te verzorgen. Er staat: het was nog donker. 

Je zou kunnen zeggen: vanaf het verraad tot het graf ontbrak het licht. De geest van Judas was verduisterd. Op Golgota was het tijdens de kruisiging pikdonker. Paasochtend begon donker. En voor de meeste leerlingen duurde de duisternis nog langer. Want, zo meldt het Johannes-evangelie, op die zelfde dag zaten de leerlingen angstig en somber bijeen; het licht van de verrezen Heer was nog niet tot hun gesloten harten doorgedrongen. 

Judas, Maria en de leerlingen. – drie keer gaat het over een geloofsweg. De weg van Judas loopt dood, letterlijk. Op enig moment was hij op het idee gekomen om Jezus te verraden. Hij kan een periode van twijfel hebben gekend, maar die twijfel heeft hij met niemand gedeeld; hij raakte opgesloten in zijn bubbel. Toen na het verraad tot hem doordrong wat hij gedaan had, maakte hij een einde aan zijn leven. Hij had zich zover van Jezus verwijderd, dat hij het licht van de nieuwe dag niet meer kon verdragen.

De tweede geloofsweg is die van Maria Magdalena. Vergeleken met Judas legde zij juist de omgekeerde weg af. Ooit had Jezus haar bevrijd van zeven duivelen. Daarna was ze Hem blijven volgen, zelfs tot onder het kruis. Maria Magdalena had zijn lijden en sterven van nabij meegemaakt. 

Op Paasochtend liep ze in de duisternis naar het graf om te verzorgen wat nog van Jezus restte. Maar Hij lag daar niet meer. Toen was het Jezus zelf die haar hielp om te zien en te geloven. Hij maakte een einde aan haar nacht van twijfel en verdriet door haar naam te noemen. Maria herkende de stem die eerder zeven duivelen had uitgedreven. 

De derde weg is die van de leerlingen. Drie jaar hadden ze in de directe nabijheid van Jezus geleefd. Meerder keren had Hij hun verteld wat er zou gebeuren en dat Hij zou verrijzen op de derde dag. Desondanks sloegen ze op de vlucht toen Jezus werd gearresteerd, gedreven door een menselijk gebrek aan geloof in iets dat voor God misschien wel mogelijk is, maar voor de mens te hoog gegrepen. Ook na hun jaren met Jezus waren de deuren van hun hoofd en hart nog gesloten voor het mysterie van het geloof. 

Het is ook niet makkelijk om te geloven in de komst van het licht als het nog zo donker is. In de wereld van alledag hebben we te maken met duisternis in allerlei vormen. Het kan gaan om machtswellust, om grootheidswaan, om een misplaatst geloof dat God jou heeft opgedragen om een ver land terug te bombarderen naar het stenen tijdperk. Het kan gaan over vreemdelingenhaat, vanuit de ontspoorde overtuiging dat mensen die een beetje anders zijn dan jij, een bedreiging vormen omdát ze een beetje anders zijn. 

Het kan ook gaan over het leed dat we in onze directe omgeving zien, en misschien ook bij onszelf, om ziekte, om allerlei vormen van lijden, om dood. Dan kan de vraag opkomen: is er wel een God? Of zoals Jezus het uitriep in de duisternis van Golgota: mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

Op die zondagavond in Jeruzalem bleken de gesloten deuren van de Bovenzaal geen beletsel voor de verrezen Heer om binnen te komen. Zijn eerste woorden aan de leerlingen waren geen verwijt over vluchtgedrag of ongeloof. Hij zei: “Vrede zij u.” Hij toonde hun de wonden in zijn handen en in zijn zijde: de tekenen van het lijden, waarbij de leerlingen op één na niet aanwezig waren. Zij waren vervuld van vreugde.

Je zou dus zeggen: eind goed, al goed. Maar zo was het niet. Vijftig dagen na Pasen moesten de leerlingen aan de slag om hun vreugde te delen in een wereld vol tegenstellingen en geloofsafstand. Ondanks alle moeilijkheden en weerstand gingen ze dóór, want de vreugde van Pasen mag en moet worden gedeeld. 

Moge de vreugde van Pasen ook ons, ondanks alle problemen, pijn en verdriet, troost en bemoediging schenken. Laten we onze deuren openen voor het Licht, om het te kunnen delen in een weerbarstige wereld. Amen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *