
Door Pater Jim
Dit is een bijzondere zondag in het kerkelijk jaar. We hebben net de Hemelvaart van de Heer gevierd, en Pinksteren moet nog komen. Jezus heeft de aarde verlaten, maar de heilige Geest moet nog gekomen. Het is een tussentijd. Een tijd van wachten en bidden. Je zou dit een “retraite-zondag” kunnen noemen. Midden in alle onrust van de wereld doen we even een stapje opzij om bij God te zijn.
In de eerste lezing horen we dat de apostelen precies dát doen. Na de Hemelvaart blijven ze bijeen in de zaal waar ze ruim veertig dagen eerder het Laatste Avondmaal hebben gevierd. En dan staat er: “Eensgezind volhardden zij in het gebed”.
Dat is eigenlijk een prachtige beschrijving van de ontluikende Kerk. Er is nog geen grote organisatie, geen ambitieus programma. Slechts een klein groepje mensen die samen bidden om de kracht van God te ontvangen. Maria is er ook. Destijds in Nazaret wachtte zij op de geboorte van Jezus, en nu wacht zij op de geboorte van de Kerk.
Biddend zijn ze bijeen, en ook het evangelie van vandaag gaat over gebed. Dit speelt in diezelfde ruimte, maar eerder, tijdens het Laatste Avondmaal. We mogen horen hoe Jezus biddend spreekt met zijn Vader. Jezus bidt voor zijn leerlingen, die straks achterblijven in een onrustige wereld.
Bidden gaat niet in de eerste plaats over mooie woorden. Bidden begint wanneer wij ons openen voor Gods aanwezigheid. Tijd vrijmaken voor God. Ook, of juist, wanneer we ontmoedigd zijn. Denk aan de leerlingen: na de Hemelvaart waren zij onzeker en vol twijfel. Toch gingen ze niet naar huis, maar ze bleven bij elkaar. Samen bidden. Tien dagen later kwam de heilige Geest bij hen binnen.
Met Pinksteren gebeurde dat op een indrukwekkende manier met veel geluid. Maar in ons eigen leven werkt de heilige Geest meestal iets stiller. Vaak merken we pas achteraf dat God ons gedragen heeft. Dat we kracht kregen op momenten waarop we die zelf niet hadden.
Gebed is niet alleen belangrijk op bijzondere momenten, maar juist ook op gewone dagen. Een kort gebed in de ochtend. Even stil worden onderweg. Een kaarsje opsteken in een Maria-kapel. Even beseffen: God is hier aanwezig.
In het gebed van Jezus tot de Vader klinkt een bijzondere zin. Hij zegt: “Het eeuwige leven is dat zij U kennen.” Bij eeuwig leven denken wij meestal aan het leven na de dood. Maar Jezus bedoelt méér dan dat. Eeuwig leven kan nu al beginnen. Niet doordat we veel óver God weten, maar doordat we God nu al leren kennen.
Dat “kennen” gaat hier niet in de eerste plaats over het hoofd, wel over het hart. Het gaat om verbondenheid. Vertrouwd raken met God. Naar Hem toegroeien. Zoals twee mensen die veel van elkaar houden, elkaar steeds beter leren kennen. Zo ook mogen wij groeien in onze relatie met God.
Dat gebeurt vooral door naar Jezus te kijken en Hem te volgen. In Jezus heeft God een gezicht gekregen. Als we zien hoe Jezus omgaat met zieken, zondaars, met armen, met zoekende mensen, dan zien we wie God is: iemand die zich ten diepste met ons wil verbinden.
Daarom spreekt de Kerk vaak over Jezus als de bruidegom en de Kerk als zijn bruid. Dat wil zeggen: God verlangt naar een innige relatie met ons. God kennen is leven met Hem, opdat wij één worden met Hem.
In onze wereld is er veel dat afleidt, veel drukte. Herman van Veen zong er ooit een liedje over: “Opzij opzij opzij, wij hebben ongelofelijke haast.” Ja, altijd in de weer, met beeldschermen, berichtjes, een volle agenda. Tegelijk voelen velen zich moe en leeg. Want ons hart verlangt uiteindelijk naar echte verbondenheid, naar liefde, naar zingeving, ja, ten diepste naar God zelf.
Het christelijk geloof draait niet om een theorie of een verzameling regels. Het is een ontmoeting. Eeuwig leven begint waar een mens zijn thuis vindt bij God. De heilige Augustinus zei eens in een gebed: “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.”
In deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren mogen wij bidden om de komst van de heilige Geest. Dat Hij ons leert luisteren en ons geloof vernieuwt. Dat Hij onzekerheid verandert in vertrouwen, en verdeeldheid in eenheid.
Amen.