
Door Pater Fons
Zusters en broeders, vandaag vieren we Sacramentsdag, een feest dat ons heel dicht brengt bij de kern van ons geloof. Want wat vieren we eigenlijk?
Dat de Heer niet ver weg blijft. Hij komt naar ons toe, heel eenvoudig, in brood en wijn. Niet alleen als een mooie gedachte of een herinnering aan vroeger, maar als een levende, troostende aanwezigheid.
Vandaag staan we extra stil bij iets dat voor ons geloof heel centraal staat: de Eucharistie. Niet als een gewoon ritueel, niet als iets wat we uit gewoonte doen, maar als een levende ontmoeting met Christus zelf.
En dat hebben wij nodig, want het leven is niet altijd licht: er is drukte in gezinnen, zorg om gezondheid, verdriet om mensen die we missen, onzekerheid over de toekomst, en soms ook vermoeidheid in ons geloof. Juist daarin zegt de Heer: Ik laat jullie niet alleen.
De lezingen van vandaag helpen ons dat beter te begrijpen.
In de eerste lezing horen we Mozes tegen het volk zeggen: vergeet niet hoe God jullie door de woestijn heeft geleid. Vergeet niet hoe jullie honger hadden, hoe jullie moesten vertrouwen, en hoe God jullie voedde met manna, brood uit de hemel. Het volk Israël kon niet leven uit eigen kracht alleen; het moest leren ontvangen uit Gods hand, dag na dag. Dat beeld van de woestijn raakt ons misschien meer dan we denken.
Want ook wij kennen momenten van woestijn in ons leven: tijden van onzekerheid, vermoeidheid, verdriet, verwarring, of het gevoel dat we even niet weten waar we het moeten zoeken.
En ook als geloofsgemeenschap kennen we zulke momenten, ik denk terug aan afgelopen donderdag, onze vrijwilligers avond, we herinnerden onze vrijwilligers die wegvallen zijn door ziekte of overlijden.
Maar momenten van woestijn zijn er ook als mensen zich eenzaam voelen, als jonge gezinnen moeilijk aansluiting vinden, als ouderen zich afvragen hoe lang zij nog mee kunnen, als iemand thuis zit met ziekte of rouw.
Dan geeft God niet altijd meteen een oplossing, maar wel kracht om verder te gaan. En juist daar klinkt vandaag dat oude geloofswoord: God laat zijn mensen niet zonder voedsel achter.
De Eucharistie is precies dat: geestelijk voedsel voor onderweg, brood voor vandaag, voor deze week, voor de volgende stap.
In het evangelie gaat Jezus nog een stap verder. Hij zegt niet alleen dat Hij brood geeft. Hij zegt: Ik benhet levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Dat is sterke taal. Jezus zegt dus: in Mij geeft God zichzelf aan jullie. Niet alleen hulp, niet alleen troost, maar zijn eigen leven. Dat is het grote wonder van de Eucharistie.
In dat kleine stukje brood ontvangen wij niet zomaar een symbool, maar Christus zelf, die zich aan ons geeft. Niet omdat wij dat verdiend hebben, maar omdat Hij ons liefheeft. Omdat Hij weet dat wij onderweg zijn.
Omdat Hij weet dat een mens voedsel nodig heeft om te kunnen leven, ook innerlijk.
Sacramentsdag nodigt ons daarom uit om opnieuw te beseffen hoe groot dit geschenk is.
We kunnen soms zo gewend raken aan de Mis, aan communie, aan alles wat vertrouwd is, dat we bijna vergeten hoe bijzonder het is. Maar vandaag zegt de Kerk als het ware: sta even stil. Kijk opnieuw. Hier gebeurt iets heiligs.
Hier geeft Christus zichzelf voor het leven van de wereld.
En Paulus voegt daar in de tweede lezing nog iets heel belangrijks aan toe: omdat het brood één is, vormen wij samen één lichaam. De beker der zegening en het brood dat wij breken brengen ons in gemeenschap met Christus, maar daardoor ook met elkaar. Wie van hetzelfde brood leeft, hoort ook te leven in verbondenheid, vergeving en zorg voor elkaar.
De Eucharistie verbindt ons dus niet alleen met Jezus, maar ook met elkaar.
Je kunt eigenlijk niet oprecht het Lichaam van Christus ontvangen en tegelijk onverschillig blijven voor je broeders en zusters.
Wij zitten hier dus niet als losse mensen die toevallig naast elkaar in dezelfde rij terecht zijn gekomen. Wij worden hier samengebracht tot het Lichaam van Christus.
Daarom moet de Eucharistie ook zichtbaar worden in hoe wij met elkaar omgaan: in een vriendelijk woord na de mis, in aandacht voor wie nieuw is, in een bezoek aan een zieke, in geduld met elkaar als niet alles loopt zoals wij willen, in het serieus nemen van iemands verdriet, en soms ook gewoon in kleine gebaren die niemand ziet, behalve God.
Misschien is dat vandaag wel een goede vraag voor ons allemaal: laat ik mij werkelijk voeden door Christus? Niet alleen tijdens de viering, maar ook in mijn manier van leven?
Word ik door de Eucharistie ook wat geduldiger, dankbaarder, zachter, trouwer? Word ik meer iemand die breekt en deelt, zoals Jezus zelf? Want daar gaat het uiteindelijk om. De Eucharistie is geen los moment naast het gewone leven. Ze wil juist in dat gewone leven doorwerken: aan de keukentafel, op het werk, in onze zorgen om kinderen of ouders, in de eenzaamheid, in het vrijwilligerswerk, in onze keuzes en in onze manier van omgaan met mensen.
Jezus is natuurlijk ook aanwezig waar zijn Woord klinkt en waar de gemeenschap bidt en viert.
Maar in de eucharistische gaven is Hij op een heel bijzondere, werkelijke manier aanwezig. Wanneer wij dus naar voren komen voor de communie, komen wij niet bij iets heiligs op afstand, maar bij de Heer zelf, die ons kent, die onze zorgen ziet, en die zichzelf aan ons geeft.
En daarom bidden wij vlak voor de communie ook zo eerlijk: Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt. Dat gebed herinnert ons eraan dat de communie nooit iets vanzelfsprekends is. Het is geen recht dat wij kunnen opeisen, maar een gave die wij ontvangen. Wij zijn en blijven gebroken mensen, mensen die genezing nodig hebben, mensen die van Gods genade leven. Maar juist daarom komt de Heer naar ons toe. Niet omdat wij volmaakt zijn, maar omdat wij Hem nodig hebben.
En als wij Hem ontvangen, dan blijft dat niet zonder gevolg. Dan klinkt de vraag van vandaag heel concreet: wat nemen wij mee uit deze Eucharistie?
Misschien dat wij iemand opbellen die uit beeld geraakt is. Misschien dat wij thuis een stap zetten naar verzoening. Misschien dat wij leren beter te zien wie stilletjes veel draagt.
Wie het Brood des levens ontvangt, wordt geroepen om zelf ook wat meer brood te worden voor een ander: voedend, troostend en beschikbaar.
Laten wij de Heer vandaag dus niet alleen danken voor het sacrament van zijn aanwezigheid, maar ook vragen dat deze Eucharistie ons als gemeenschap van de Sacramentskerk mag vernieuwen.
Dat wij een gemeenschap mogen zijn waar mensen God ontmoeten, waar verdriet gedragen wordt, waar geloof gedeeld wordt en waar niemand zich overbodig hoeft te voelen.
Laten we daarom vandaag met open handen en een open hart naar voren komen. Niet omdat we volmaakt zijn, maar omdat we Hem nodig hebben.
En laten we bidden dat wat wij ontvangen, ook zichtbaar mag worden in ons leven: dat wij zelf meer en meer brood worden voor elkaar, mensen die hoop geven, mensen die delen, mensen in wie iets van Christus herkenbaar wordt.
Zo kan Sacramentsdag ons opnieuw wakker maken voor het wonder van Gods nabijheid. Christus geeft zichzelf aan ons, zodat wij uit Hem kunnen leven.
Moge dit feest ons opnieuw laten ontdekken hoe kostbaar de Eucharistie is: het kloppend hart van de Kerk, het brood voor onze weg, en de Heer zelf die zegt: Ik ben bij jullie. Dat wij dat geschenk nooit vanzelfsprekend vinden, maar telkens opnieuw met dankbaarheid ontvangen. Amen.