Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Preek van de week

Zondag 26 juni, Pater Jacques

Vastberaden op weg gaan; wat betekent dat voor ons? Allereerst met moed, vertrouwen en doelgericht de ingeslagen weg gaan en vervolgen. En al datgene wat ons kan afhouden van het beoogde doel, los of achterlaten. Het is als het geven van een antwoord aan de innerlijke roepstem die ons inspireert. 

Laat ik een voorbeeld geven. Mijn oog valt daarbij op een verzameling teksten van pater Frans van de Lugt met als titel ‘Wie ben jij, o liefde?’. Zij zijn zoiets als een geestelijk testament van de in 2014 vermoorde pater Jezuïet. Het is een liefdesboodschap pur sang van hem die, ondanks de levensbedreigende situatie, in Syrië wilde blijven voor christenen en moslims. Daarbij volgde hij min of meer het voorbeeld van de apostelen Petrus en Paulus, wiens feest wij deze week vieren. Het zijn krachtige getuigenissen van ons geloof. De Benedictijnse zuster Hannah verwoordt het kernachtig: ‘U roept mij op om met mijn hart niets te verkiezen boven de liefde van Christus. Laat mijn liefde mijn hele wezen omarmen zodat ik op mijn beurt allen kan liefhebben’. In deze woorden komen de genoemde moed, het vertrouwen en de doelgerichtheid alsmede het loslaten van alles wat je daarvan af kan houden, zichtbaar en voelbaar tot uitdrukking. Het is zoiets als een ‘zelveloosheid’ van mensen die zich niet laten leiden door de geest van de zelfzucht maar door de Geest van de God die liefde is. Alleen met Gods hulp zijn wij mensen daartoe in staat. Jezus, de apostel Paulus en de profeten Elia en Elisa laten dit duidelijk zien…

  • het 1e boek Koningen (19, 16b.19-21) gaat over de opvolging van de profeet Elia;
  • de brief aan de Galaten van de apostel Paulus (5, 1.13-16) handelt over de strijd tussen de Heilige Geest en de geest van de zelfzucht; 
  • in het evangelie volgens Lucas (9, 51-62) gaat over de opgang van Jezus naar Jeruzalem in de aanloop naar zijn lijden en sterven. 

De passage uit het 1e boek Koningen begint met de opvolging van de profeet Elia. Zijn taak zit er bijna op. Dit alles vindt plaats als hij opnieuw moed heeft gekregen nadat God hem in een zachte bries aangeraakt heeft op de berg Horeb. In naam van de Heer gaat Elia naar Elisa, de zoon van Safat, en nodigt hem uit om hem te volgen. Deze is echter nog aan het werk en vraagt aan Elia of hij eerst afscheid van zijn ouders mag nemen. Deze antwoordt hem echter dat hij tot niets verplicht is. Het is immers een keuze in vrijheid en het is God die uitnodigt. Het bekende ‘kwartje’ valt in tweede instantie bij de beoogde opvolger van Elia omdat hij, in lijn met de woorden van pater Frans ‘Wie ben jij, o liefde?’ ontdekt wie het is die hem roept. Elisa slacht het ‘eigen’ stel ossen, geeft het personeel te eten en hij gaat met vertrouwen Elia achterna… 

Jezus is op weg naar Jeruzalem. De dagen van zijn verheffing (Lucas) of zijn verheerlijking (Johannes), van zijn lijden en sterven, zijn nabij. Dit doet ons beseffen dat de passage zich vermoedelijk afspeelt in het laatste jaar van zijn openbaar leven. Hij zendt zijn leerlingen voor zich uit om zijn verblijf en ook de verkondiging van de Blijde Boodschap, voor te bereiden. Echter in Samaria wordt Hij geweigerd omdat zijn uiteindelijke doel Jeruzalem is. Dit heeft mogelijk  niets met Jezus zelf te maken maar met de verstoorde geloofsrelatie tussen de religieuze elite in Jeruzalem en het Joodse volk in Samaria. Dit alles is terug te voeren op een conflict over het ‘Jood zijn’ na de tijd van de ballingschappen van de achtste tot en met de zesde eeuw voor Christus. De beide ‘donderzonen’, de broers Jacobus en Johannes die licht ontvlambaar zijn, zijn gekwetst en willen drastisch ingrijpen. Jezus wijst hen echter op strenge toon terecht omdat dit niet zijn manier van doen is. Opnieuw komt bij mij de vraag van pater Frans op, ‘Wie ben jij, o liefde?’ Jezus is, als de zoon van God die liefde is, gekomen om velen te redden in plaats van te oordelen. De mensen in Samaria horen daar zeker ook bij. Daaropvolgend heeft Jezus twee ontmoetingen die in het teken staan van het volgen van Hem. Hij is in beide reacties echter niet ‘kort door de bocht’. Opnieuw wordt hierin duidelijk dat het volgen van de beloofde Redder, een ‘uitnodiging in vrijheid’ is alsmede een ‘los – en achterlaten’ van. Er is derhalve geen sprake van een onmenselijk gedrag maar eerder van een uitnodiging om vastberaden en niet achterom kijkend met Hem op weg te gaan… 

De apostel Paulus gaat hier in zijn brief aan de Galaten op door. Van degene die eenmaal de vrije keuze om Jezus te volgen in geloof heeft gemaakt wordt gevraagd, in het besef van de eigen plussen en minnen, om te leven naar Gods bedoelingen. Hij heeft ons als gelovigen daarbij een Helper gegeven. Dat is de Heilige Geest die als raadgever en gids ons inspireert, bemoedigt en vastberaden doet voortgaan op de ingeslagen weg. We ontdekken dan meer en meer wie die liefde, God zelf, is waar pater Frans over spreekt en hoe die liefde ons steeds meer vervult, gelukkig maakt en op koers houdt …op weg door het leven en op weg naar ons uiteindelijk thuis…  AMEN

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.