Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Preek van de week

Zondag 7 augustus, Pater Jacques

Al het aardse is betrekkelijk want alles is ons toevertrouwd. Dit betekent dat alles is gegeven om er goed mee te doen. Zegt de heilige Schrift bij de monde van de apostel Paulus ons immers niet: ‘Wat heb je dat je niet ontvangen hebt?’ In een parabel in het evangelie volgens Mattheüs houdt Jezus ons voor om de ontvangen talenten in te zetten voor de dienst aan God bedoelingen. Door het geloof is ons leven verborgen in Christus. Het echte leven vindt zijn oorsprong en zijn zin in het geloof in en door de ene God die zijn Zoon mens heeft laten worden voor ons. Hij heeft zijn leven gegeven om ons het nieuwe leven, met Pasen, aan te reiken. Dit leven is nog steeds de grootste gave van God …

In mijn vakantie las ik een klein boekje van een Noorse onderzoeker over de stilte. Een zin bleef bij mij hangen: ‘De stilte als gave is waardevoller en luxer dan de tasjes van Louis Vuitton.’ Ik meen dat hij gelijk heeft te meer wij God kunnen ontmoeten op het moment dat we in geloof tijd maken voor Hem door stil te worden van binnen. Daarvoor hoeven we niet als eerste een kerk binnen te gaan. Het handelen in stilte van de hoofdpersonen in het evangelie van de afgelopen tijd, de barmhartige Samaritaan, de aartsvader Abraham en Maria, de zus van Martha, laten dit zien. De liefde die God is wordt hierdoor zichtbaar, hoorbaar en voelbaar. God komt ons in mensen op ons levenspad tegemoet. We ‘ontmoeten’ Hem al in de vertederende lach van een kind, in de stralende oogopslag van een vrouw en of een man maar evenzeer in de natuur van het tjilpende musje en de bloeiende bloem. Deze momenten zijn naast onze goede daden, de schatten van God die we mogen verzamelen. Zij brengen vreugde en laten een blijvende ‘indruk’ achter. Door de innerlijke blik op Jezus te richten verzamelen we immers schatten in de hemel die blijvend zijn…

  • het boek Wijsheid (18, 6-9) blikt terug naar de nacht van de uittocht uit Egypte;
  • de brief aan de Hebreeën (11, 1-2.8-12) spreekt over het geloof van Abraham; 
  • in het evangelie volgens Lucas (12, 32-48) gaat over het verzamelen van schatten in de hemel. 

De brief aan de Hebreeën, die waarschijnlijk in de tweede eeuw is geschreven door iemand uit de school van de apostel Paulus, laat ons weten dat het geloof de vaste grond is van onze hoop. Ze is zoiets als een zekerheid of garantie en vanuit de vertaling uit het Grieks waarin deze brief is geschreven, zelfs een recht op eigendom maar dan met het oog op het nageslacht. Door het geloof worden het onzichtbare en hemelse zoals de roeping van de Joodse aartsvader Abraham – en ook die van ons – zicht – en hoorbaar. In de stilte van dit geloof gaat Abraham met vertrouwen op weg vanuit zijn eigen omgeving naar het onbekende land Kanaän, dat aan Hem en zijn nageslacht wordt beloofd. Hij, zijn zoon en kleinzoon wonen er maar nog niet als eigenaar in het heden maar met het oog op de verre toekomst. Het is, naast dat van een oneindig groot nageslacht, een van de twee beloften of gaven van God. Trouw aan Hem in de stilte van het hart en zich uitend in concrete daden is het enige wat Hij van hen – en van ons – vraagt…

Het vervolg wordt gememoreerd in het laatste gedeelte van het boek Wijsheid dat terugblikt naar de nacht van de bevrijdende uittocht uit de slavernij in Egypte, eeuwen later. Evenals de Paasnacht is het een nacht van grote vreugde waarin God de belofte van bevrijding vervult zoals die al werd aangezegd aan de Aartsvader Jakob en door Mozes en zijn broer Aaron. Daar tegenover staat, de tuchtiging van de vijanden, de onderdrukkende farao en zijn knechten. Het volk Israël,  al degenen die op weg zijn naar hun bevrijding, vieren het Joodse paasfeest voor eerst en in de woestijn. Zij verplichten zich nadien God en de naaste in liefde dienstbaar te zijn in het nieuw te sluiten verbond, Ze worden stil bij het zien van Gods grote daden aan de vijanden van Egypte maar ook bij het sluiten van het verbond, later op de berg Sinaï…

Jezus’ woorden ‘Weest niet bevreesd, kleine kudde, het heeft mijn Vader behaagt u het koninkrijk te schenken’ zijn met een beetje goede wil ook van toepassing op onze tijd. Het zijn woorden van hoop die gesproken zijn om het geloof op te wekken en om daarin te volharden. Derhalve raadt Jezus zijn leerlingen aan – en ook ons – om zo schatten in de hemel te verzamelen. Dit betekent dat we ons niet moeten laten verblinden door de ‘bling, bling’ van de aardse goederen, positie en of schoonheid. We worden zelfs aangeraden om de goederen te verkopen en de opbrengsten te delen met de minderbedeelden. Immers alles hebben wij, en ondanks ons harde werken, ontvangen met het oog op de ander én onszelf. Al doende mogen we leren onze innerlijke blik in geloof gericht houden, volgens de parabel, op de ‘terugkerende’ bruidegom, Jezus zelf. Waakzaamheid in trouw is datgene waartoe Hij hen – en ook ons – oproept. Als Hij ons, zelfs op een later moment in de ‘bevrijdende’ nacht, zo aantreft dan zijn wij van harte welkom op het bruiloftsmaal in de hemel. Enerzijds verwijst dit naar de Joodse huwelijksvoltrekking en anderzijds naar de wederkomst van de Mensenzoon, Jezus. Hij is de bruidegom en wij, de gemeenschap van de wereldwijde Kerk, zijn de bruid. 

Titus Brandsma herhaalt op de achterkant van het misboekje, het waken en zoeken naar God die zich laat vinden door het gelovige hart dat Hem liefheeft en naar Hem uitziet. Klopt Hij aan zijn deur, dan doet ‘het’ met vreugde open…AMEN

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.