Heijendaalseweg 300, 6525 SM Nijmegen
024 - 355 80 29
sss.nijmegen@kloosterbrakkenstein.nl

Preek van de week – 28 November

Pater Jim

En daar zitten we dan met ons goede gedrag, op deze eerste zondag van de advent. Misschien hadden we die ons toch wat anders voorgesteld. Beter dan vorig jaar, toen allerlei corona-beperkingen van kracht waren. We zouden nu weer Sinterklaas kunnen vieren als vanouds. Toeleven naar Kerstmis. Met vrolijke recepties op het werk. Plannen maken voor een samenzijn met familie en vrienden. Uitkijken naar het kerstdiner… Kortom, een min of meer gewone decembermaand, waarbij het duister van buiten wordt verdreven door licht van binnen. Maar helaas, het lijkt niet zo te mogen zijn. 

Met de lezingen van vandaag is net zoiets aan de hand. In de afgelopen weken hebben we nogal wat te verduren gehad. Vaak sombere boodschappen over de eindtijd, over mensen die het niet redden, over chaos in de wereld… Dan begint de advent, en we verwachten dat de zwaarmoedigheid in de lezingen voorbij is. We verwachten een hoopvol vooruitkijken naar de geboorte van Christus, de komst van het nieuwe licht in de duisternis. 

Maar nee, in het evangelie van vandaag horen we toch weer de nodige ellende. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee; de mensen zullen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen. 

Schrik en spanning – het lijkt wel of Jezus nú aan het woord is. Dat Hij spreekt over ónze schrik als we horen dat er een weer nieuwe variant van het virus is ontdekt. Eerst is de variant nog ver weg, maar we weten hoe snel het zich verplaatst, dankzij onze welvaart en bijpassende reislust. Schrik en spanning. Ook over zoiets als code zwart in de zorg. Over mensen in je omgeving die zich keurig aan de regels hebben gehouden en toch in het ziekenhuis zijn beland. Over maatschappelijke tegenstellingen die kunnen ontaarden in een orgie van geweld. 

De schrik en de spanning kunnen er op zeker moment toe leiden dat we het liefst onze ogen sluiten voor wat er gebeurt. Of dat er we ongevoelig voor worden. Jezus waarschuwt daarvoor in het evangelie als Hij zegt: zorg ervoor dat uw geest niet afgestompt raakt door de zorgen van het leven en een roes van dronkenschap; weest altijd waakzaam en bidt. 

Met andere woorden: laten we ons niet geestelijk terugtrekken in onze eigen bubbel, ver van de problemen van de wereld, en ver van de ander. Laten we niet wegzinken in een overdaad van eigentijds amusement, in allerlei vormen van overconsumptie – die verleiding kan er zijn als de problemen te groot worden en het zicht op verlichting te klein. We hebben elkaar nodig

Gelukkig is dit niet het hele verhaal. Deze eerste zondag van de Advent is een combinatie van het oude en het nieuwe. De lezingen bieden ook prachtige teksten van hoop en verwachting. In de eerste lezing zegt God bij monde van de profeet Jeremia: Er komt een tijd dat Ik de belofte vervul die Ik heb gedaan; dan schenk Ik David een wettige afstammeling,  Juda wordt gered en Jeruzalem is veilig. Dat klinkt al heel anders.

Die afstammeling is het Christuskind, dat ter wereld zal komen in Betlehem, de stad van David. En met Hem ontvangt de wereld de blijde boodschap. Iets daarvan horen we vandaag al in de tweede lezing, waar de apostel Paulus schrijft: “Moge de Heer u overvloedig doen toenemen in liefde voor elkaar en voor alle mensen.” Dat is waar het om gaat: dat wij ons laten vervullen van de liefde van Christus, dat we zorgen voor de wereld die God ons gegeven heeft, en zorgen voor elkaar, zo goed als we kunnen. 

Vandaag begint de advent met dit ene vlammetje. We kunnen ons vertwijfeld afvragen wat dat kleine lichtje kan betekenen in een wereld en in levens waarin zoveel mis is. Laten we waakzaam en biddend afwachten, en zien hoe de komst van Christus ons en de wereld kan verlichten.

Amen

Zegening van de adventskrans

Voor de Kerk is het vandaag eigenlijk 1 januari, dat wil zeggen: we beginnen aan een nieuw jaar. Deze eerste zondag van de Advent is het begin van een bijzondere tijd waarin we verlangend mogen uitkijken naar het feest van Kerstmis. Laten we deze viering beginnen met de zegening van de adventskrans.

Terwijl in de afgelopen maanden de natuur van kleur veranderde, verwijst het blijvende groen van de krans naar leven dat niet vergaat. De krans, ofwel het rad, verwijst naar de eeuwigheid. En het licht van de kaarsen naar Hij die komende is: Jezus onze Heer, het Licht der wereld. Laat ons bidden.

Eeuwige God, Gij laat ons niet alleen bij ons zoeken naar leven en vreugde. Daarom keren wij ons bij het begin van deze advent tot U, op wie geheel onze hoop gevestigd is. Wij bidden U: zegen deze krans en deze kaarsen. Zij zijn een teken dat Gij de Heer zijt van eeuwigheid aan wie ook de toekomstige tijd toebehoort. Zij zijn een teken van het leven, dat schijnt in de duisternis. Laat onze liefde toenemen en laat ons met nieuwe toeleg op zoek gaan naar U. Door Christus, onze Heer.

Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.